Een onaantrekkelijke vrouw draaft met verwarde haren en slordige kleren, een emmer in de hand, achter de vuilniswagen aan:
“Stop, roept ze, “wacht even op mij!”
“Zeker, dame,” zegt de vuilnisman, “springt u maar achterin, waar het gat zit.”
Een onaantrekkelijke vrouw draaft met verwarde haren en slordige kleren, een emmer in de hand, achter de vuilniswagen aan:
“Stop, roept ze, “wacht even op mij!”
“Zeker, dame,” zegt de vuilnisman, “springt u maar achterin, waar het gat zit.”