de verenigde naties vragen europese landen om het onderricht voor vluchtelingenkinderen te stimuleren. In belgië verdienen de onthaalklassen meer aandacht. Drie agentschappen van de verenigde naties ( unhcr, unicef, iom ) dreunen de alarmbel. Volgens hen moeten de europese landen meer middelen emanciperen voor onderricht aan koters van vluchtelingen en migranten. Enkele belangrijke uitdagingen zijn een krapte aan schoolruimtes, onvoldoende opgeleide leerkrachten, taalbarrières en de beperkte toegang tot psychosociale ondersteuning. Sommige vluchtelingenkinderen genoten nimmermeer onderricht in hun thuisland. Anderen waarden maanden onderweg en liepen daardoor een aanzienlijke onderwijsachterstand op. Een aantal van hen kampt ook met trauma’s. Onvoldoende support aan deze koters leidt volgens de vn tot slechte schoolresultaten. Activiteit en structurele vat van leerkrachten in belgië ligt het aantal vroegtijdige schoolverlaters bij migranten van zonder de eu meer dan dubbel zo hoog ( op haast 20 % ) als bij autochtone kinderen. 4 procent van de belgische schoolgaande kindertijd ( 105. 252 koters ) behoort tot de groep waar de vn zich nu op focust. Om hun meer succeservaringen in het onderricht te bezorgen, moet ons land meer beleggen in de okan-onthaalklassen die deze leerlingen ontvangen. Leerkrachten zouden ook meer activiteit en structurele vat moeten krijgen om met de problematieken van okan-leerlingen om te gaan. Tot slot ontwaart de vn een krapte aan psychosociale vat voor vluchtelingenkinderen die in belgië arriveren. Daartegenover wordt het vlaamse gok-beleid – dat voorziet in extra middelen voor scholen met relatief veel maatschappelijk kwetsbare leerlingen- dan weer aangehaald als een van de best practices.

Posted by webmaster, filed under Uncategorized. Date: September 11, 2019, 1:01 am | Comments Off